opdrachten |
|
|
|
|
|
Dit object voor de hal van het nieuwe hoofdgebouw van de Afvalstoffendienst weerspiegelt wat een totem van oudsher doet: een symbolische betekenis die sterk verbonden is met de energie van een individu of gemeenschap. In dit geval gaat het om beide. De Afvalstoffendienst als gemeenschap en de kunstenaar als individu. |
![]() |
Drie groene handen, die staan voor de bewustwording en het zware, harde werk. Drie blauwe beeldjes die een ouderpaar en hun kind voorstellen, waarbij de ouders het goede voorbeeld geven; ook in het omgaan met afval. Het rode hart staat voor passie en de liefde voor de taak, het werk. Het oranje hoofd staat voor de moderne (HupHollandHup-) mens, die het onvoorstelbare creëert, maar ook afval produceert. Sterkte of Zwakte? Kans of Bedreiging? Maar dit hoofd is ook oranjerood aangelopen, van de inspanning die hier de huiskleur is. Het stekelige schelpenhaar roept het ene moment associaties op met een recalcitrante punker, die creatief tegendraads is en in het lelijke het mooie vindt. Het andere moment gebeurt het tegenovergestelde en kijken we naar een Medusa met slangenhaar, als symbool voor iets dat ooit mooi was, maar waarvan de aanblik nu iedereen laat verstenen. De koffiekopjes staan voor de verloren waardering voor het werk van de vuilnisman, die vroeger steevast op zijn route koffie aangeboden kreeg, maar in deze tijd nauwelijks meer. De stekkers, en even verderop de schakelaars, duiden op de energie die de nieuwbouw zal produceren. Niet alleen figuurlijk, ook letterlijk wordt op deze plaats energie gewonnen. Een bewaarblik met de stad Venetië, die het mondiale afvalprobleem symboliseert en de vergankelijkheid. Tinnen figuren laten ons onze cultuur beschouwen vanuit het ietwat kneuterige letterbakperspectief. Is dit de verbeelding waartoe wij na zoveel eeuwen menselijke evolutie in staat zijn? De gouden pot komt van het eind van de regenboog en geeft aan dat Afval Goud is, een belangrijke grondstof. De pot is in werkelijkheid van koper, wat de schat wat minder edel maakt: niet alle afval is goud. De auto's staan voor de burgers die hun afval langs komen brengen. De kookpan staat voor het afval dat van ons bord valt. Bij het verbouwen, produceren en bereiden van voedsel produceren we enorme hoeveelheden afval. Vervolgens laten we nog eens zoveel over, dat alle hongerigen in de wereld ermee gevoed zouden kunnen worden. De schaal hoort bij een lampetkan, staat voor het ouderwetse wassen, na gedane arbeid. Het wasritueel met de lampetkan is nauw verbonden met reiniging. Het staat ook voor het vuile werk van de vuilniswerkers. De rand om de schaal is afgezet met dieren en bloemen, die staan voor de natuur. Afval bedreigt de natuur, de zorg vóór, het scheiden en recyclen ván afval behouden haar. Lepeltjes met nationale symbolen maken duidelijk dat afval een probleem is van alle landen en culturen. De Sint-Jakobsschelpen zijn een bekend motief uit het werk van Marianne van Heeswijk. Ze staan voor energie, vruchtbaarheid en duurzaamheid. De eierdoppen herinneren ons er fijntjes aan dat gerecycled afval dan misschien maar een half ei is, dat je desondanks moet verkiezen boven een lege dop. Tel je knopen, met andere woorden. De lampenkap verwijst naar het nieuwe interieur van de kantine. Door de kunstenaar bewerkt werpt ze een speciaal licht op het werk en de pauzes van de werknemers. De rode kunststof slang is als een rode draad voor het werk van zowel de Afvalstoffendienst als de kunstenaar. Dit stuk slang is door de kunstenaar van de bouwplaats van de nieuwbouw ontvreemd. Gemaakt als bouwmateriaal is het het ene moment onderdeel van het bouwwerk in aanbouw. Als het toevallig uitsteekt, ligt het het volgende moment op de grond als afval. Waardeloos geworden. Wie bekommert er zich dan nog om? Dominostenen markeren de grilligheid van de levenscyclus die door het lot wordt bepaald. Of het nu om materialen gaat of het menselijk lot. Een versleten vuilniswagenband tot slot symboliseert in meerdere opzichten de altijd doorgaande cylcus van het werk van de Afvalstoffendienst. Waar de dienst, de medewerkers en de taken zich steeds weer vernieuwen. Tekst: Ab Bertholet |
|